REVOLUTIE IN DE NEDERLANDSE CULTUUR
Tijdens de renaissance (hergeboorte) werden Europese
literatuur- en kunstgeschiedenis opnieuw populair. De klassieke traditie was
dus belangrijk, maar er ontstonden ook veel nieuwe literaire genres en
dichtvormen zoals het sonnet, die halverwege de zestiende eeuw werd ingeluid.
Een sonnet is een gedicht bestaande uit veertien regels met een wending in de
inhoud, vaak na de achtste versregel. In de renaissance bootste men het werk
van andere na (imitatio). De sonnets moesten zo origineel mogelijk worden
herschreven, om te bewijzen dat je zelf ook talent bezat.
Sonnet uit de 21ste
eeuw
Ik begon
met een lach...
Het begon
met een lach die onbekommerd van de springplank
duikelde,
op het plat van het water
en nog
eens en nog eens en nog eens
tot de
lach, zoveel harder en grijzer, binnen bleef.
ik doe
niet meer mee,
schreef
de lach,
de tanden
hebben het koud gekregen.
het kwam
nog tot een eind
toen het
water, plat en hard, al onder het maanlicht lag,
als een
hoofdstuk afgesloten.
Bart Meuleman
Dit
verhaal gaat over een klein jongetje die in een zwembad speelt. Continu blijft
hij in het water springen, totdat het water plat en hard wordt. Het is winter
geworden. Het water is plat en hard, wat verwijst op ijs. Het is te koud
waardoor de jongen aan het klappertanden is. Het hoofdstuk, de zomer, is
geëindigd.
Een sonnet bestaat uit veertien
regels onderverdeeld in vier strofen. De eerste twee strofen bestaan uit vier
regels. Dit klopt niet met het gedicht van Meuleman. Zijn gedicht heeft maar
twee strofen waarvan de eerste bestaat uit zeven regels. In het geheel heeft
dit gedicht tien regels, wat niet overeenkomt met de regels van de renaissance.
Zelfgeschreven sonnet
Onverklaarbare haat
Je huidskleur
Je seksuele voorkeur
De goede vriend die je verlaat
Geen reden dat hij je slaat
Adem ruikend naar likeur
Al dat gezeur
Al dat gezeur
Zomaar op straat
Kan je het geloven
Een goede vriend geweest
De echte moeten jij verdoven
Je vriend veranderd in een beest
Waar blijft de hulp van daarboven
Je hele leven gevreesd
REDERIJKERS
LITERATUUR
In de
kunsten van rederijkers (o.a. poëzie, muziek) moest de goddelijke verhouding
tussen het heelal en de aarde in de inhoud en vorm terugkomen. Het moest een
eerbetoon aan God vormen.
Voor de
vorm van de gedichten werd er op herhaling van versregels en rijmklanken gelet.
In een refrein wordt bijvoorbeeld aan het slot van iedere strofe dezelfde regel
herhaald. In een rondeel, een stapje moeilijker dan het refrein, vormen de
regels een cirkel. Van de acht regels zijn de eerste twee gelijk aan de laatste
twee en de eerste regel wordt ook nog is herhaald in de vierde.
Bij de themapagina's 'Leven en sterven voor het geloof' en 'De geschiedenis in een notendop' kan je twee thema's voor een zeventeinde-eeuws landjuweel bedenken. Deze zijn de opkomst van de protestanten en de nadering van het einde van de tachtigjarige oorlog.
Inzendingen voor een zeventiende-eeuws landjuweel moesten d.m.v. rijm en herhalingen zo kunstig mogelijk de boodschap over kunnen brengen. Tegenwoordig zijn bekende thema's voor o.a. een poetry slam oorlog, armoede en kindermishandeling. Het geloof komt wat minder aan de orde, omdat het geen grote rol meer speelt in de moderne samenleving.
Bij de themapagina's 'Leven en sterven voor het geloof' en 'De geschiedenis in een notendop' kan je twee thema's voor een zeventeinde-eeuws landjuweel bedenken. Deze zijn de opkomst van de protestanten en de nadering van het einde van de tachtigjarige oorlog.
Inzendingen voor een zeventiende-eeuws landjuweel moesten d.m.v. rijm en herhalingen zo kunstig mogelijk de boodschap over kunnen brengen. Tegenwoordig zijn bekende thema's voor o.a. een poetry slam oorlog, armoede en kindermishandeling. Het geloof komt wat minder aan de orde, omdat het geen grote rol meer speelt in de moderne samenleving.
GOUDEN TIJDEN
Hooft was net als zijn vader humanist en probeerde met zijn werk individuele verantwoordelijkheid en menselijke waardigheid vooropstellen. Hij vond dat de Nederlandse literatuur hiermee gemoderniseerd moest worden. Ook wilde hij met zijn werk de belangen van de burgers weergeven. Zijn vader was burgemeester en zorgde voor zijn burgers. Dit en vele andere idealen heeft Hooft van zijn vader overgenomen.
Een van de gedichten die Hooft heeft geschreven, is 'Deuntje'. Het gaat over een verliefd stel, Jan en Sijbrecht, die zo snel mogelijk willen trouwen. In het gedicht wordt de zin "Reine Liefd' kan niet vergaan!" continu door Jan herhaald. Hiermee bedoeld hij dat echte liefde niet vergaat. Later in het gedicht wordt Sijbrecht als 'de boze feeks' omschreven. Ze slaat en smijt met een zware sleutelbos. Dit is totaal onterecht, omdat Jan als een lieve man wordt beschreven.
Aan het eind durft Jan aan Sijbrecht te vragen, of het voor haar ook echte liefde is. Daarop antwoord ze van wel, en zegt dat hij haar daarom moet verdragen. Ze misbruikt Jans uitspraak. Jan reageert daarop dat zij hem dan ook maar moet verdragen en smijt de sleutelbos naar haar toe. Als echte liefde niet vergaat, moeten ze er beiden aan werken.
'Mijn lief, mijn lief, mijn lief'
De site http://home.hetnet.nl/~corpetrus/dichters/FrancescoPetrarca.htm is helaas verlopen, waardoor sonnet 134 en 292 niet vergeleken kunnen worden met 'Mijn lief, mijn lief, mijn lief'. Deze sonnetten zijn ook niet op Google te vinden.
Het sonnet 'Mijn lief, mijn lief, mijn lief' voldoet aan de algemene regels. Het gedicht bestaat uit veertien regels, verdeeld over vier strofen. De eerste twee strofen zijn onderverdeeld in vier regels, en de laatste twee bestaan uit drie zinnen. Daarnaast klopt het rijmschema ook.
Op de pictura houdt een volwassen aap een baby vast. Waarschijnlijk is het zijn moeder, omdat ze hem zo liefdevol aankijkt. De titel van het gedicht beschrijft al dat 'een geliefde nooit lelijk is en een koolzak nooit mooi'. Dit zegt waarschijnlijk dat het een lelijke baby is, maar de moeder ziet het niet. Volgens het gedicht zal wie verliefd is allemaal manieren vinden om de lelijkheid te verbergen.
De schrijver van het gedicht, Poirters, probeert waarschijnlijk duidelijk te maken dat in alles schoonheid zit, maar dat het niet voor iedereen zichtbaar is.
Als je het gedicht vergelijkt met de hiernaast staande afbeelding van Fokke en Sukke, zie je dat ze net als het aapje en de moeder voor altijd samen willen blijven. De baby en de moeder willen samenblijven uit liefde, maar Fokke en Sukke juist niet. Je krijgt het idee dat ze niet meer van elkaar houden. Die voelen zich verplicht omdat ze zo veel werk in het huwelijk hebben gestopt.
Ik vind Fokke en Sukke strips geen vorm van moderne emblematiek. Het leuke van emblematiek is dat het een activerende vorm van literatuur is. Bij deze strips kijk je naar het plaatje en lees je de korte tekst, waarbij de kern van het verhaal erg snel is weggegeven.
In de zeventiende eeuw kwam de term 'Gouden Eeuw' uit een tekst van de klassieke Latijnse literatuur. Hierin wordt het scheppingsverhaal beschreven zoals de Romeinen het kenden rond het begin van de christelijke jaartelling. Als de mens wordt geschapen breekt er een gouden tijd van universele harmonie aan, zonder oorlog, criminaliteit, scheepvaart en akkerbouw. Dit is een tijd waarbij mensen tevreden zijn met elkaar, hun leefomgeving en hun vegetarische leven.
Tussen 1600 en 1700 noemden Nederlanders hun tijdvlak 'de Gouden Eeuw', omdat de Republiek der Verenigde Nederlanden over veel goud beschikte. Een andere reden is dat de welvaart bloeide, samen met die van andere landen.
Er zijn verschillende reden voor de zeventiende-eeuwse groei in welvaart. Door de mooie natuurlijke ligging en wereldwijde handelscontacten kon Nederland goed handel drijven met het buitenland. Daarnaast had Nederland vruchtbaar platteland, geïndustrialiseerde steden en een de bevolking had een hoog opleidingsniveau.
In het gedicht van Jacob Cats 'Zo wie maar eens betreedt de ring van onze kusten' zijn vier elementen voor de Noord-Nederlandse Republiek te zien.
Wat lijdt het heet Braziel op heden felle slagen
om aan ons verre land zijn vruchten op te dragen:
hier is geen suikerriet, dat in de dalen wast,
en toch wordt hier de jeugd met suiker overlast.
Het Indisch rijk gewas van peper, foelie, noten,
wordt hier gelijk het graan op zolders uitgegoten.
Men plukt hier geen kaneel of ander edel kruid,
wij delen ’t evenwel met ganse schepen uit.
Bedenk dit, Hollands volk, bedenk de hoge zegen,
die u door Godes hand als wonder is verkregen:
in al het rijk gewas zijn uwe velden schraal,
maar gij die zelf niets hebt, ge hebt het allemaal.
In het gedicht van Jacob Cats 'Zo wie maar eens betreedt de ring van onze kusten' zijn vier elementen voor de Noord-Nederlandse Republiek te zien.
Zo wie maar eens betreedt de ring van onze kusten,
die vindt een schoon prieel vol allerhande lusten.
die vindt een schoon prieel vol allerhande lusten.
Al wat de hemel zendt, of uit de aarde groeit,
dat komt ons met de zee de haven ingevloeid.
dat komt ons met de zee de haven ingevloeid.
God is gelijk een zon, die duizend gouden stralen
laat op onz’ kleine tuin gedurig nederdalen.
Wat ooit aan bomen hing of op de velden stond,
dat komt hier aan het volk gevallen in de mond.
laat op onz’ kleine tuin gedurig nederdalen.
Wat ooit aan bomen hing of op de velden stond,
dat komt hier aan het volk gevallen in de mond.
Wat lijdt het heet Braziel op heden felle slagen
om aan ons verre land zijn vruchten op te dragen:
hier is geen suikerriet, dat in de dalen wast,
en toch wordt hier de jeugd met suiker overlast.
Het Indisch rijk gewas van peper, foelie, noten,
wordt hier gelijk het graan op zolders uitgegoten.
Men plukt hier geen kaneel of ander edel kruid,
wij delen ’t evenwel met ganse schepen uit.
Bedenk dit, Hollands volk, bedenk de hoge zegen,
die u door Godes hand als wonder is verkregen:
in al het rijk gewas zijn uwe velden schraal,
maar gij die zelf niets hebt, ge hebt het allemaal.
In de eerste strofe wordt de goede ligging van de waterroutes beschreven. Dat kun je zien aan de zee die de haven invloeit.
Bij de tweede strofe worden het platteland en de geïndustrialiseerde steden genoemd. De strofe daarna beschrijft de andere Europese staten, die zwakker zijn dan Nederland. In de laatste strofe wordt 'de hoge zegen' oftewel het hoge opleidingsniveau van de Nederlanders genoemd.
Bij de tweede strofe worden het platteland en de geïndustrialiseerde steden genoemd. De strofe daarna beschrijft de andere Europese staten, die zwakker zijn dan Nederland. In de laatste strofe wordt 'de hoge zegen' oftewel het hoge opleidingsniveau van de Nederlanders genoemd.
PIETER CORNELISZOON HOOFT, DE ELEGANTE INTELLECTUEEL
Een van de gedichten die Hooft heeft geschreven, is 'Deuntje'. Het gaat over een verliefd stel, Jan en Sijbrecht, die zo snel mogelijk willen trouwen. In het gedicht wordt de zin "Reine Liefd' kan niet vergaan!" continu door Jan herhaald. Hiermee bedoeld hij dat echte liefde niet vergaat. Later in het gedicht wordt Sijbrecht als 'de boze feeks' omschreven. Ze slaat en smijt met een zware sleutelbos. Dit is totaal onterecht, omdat Jan als een lieve man wordt beschreven.
Aan het eind durft Jan aan Sijbrecht te vragen, of het voor haar ook echte liefde is. Daarop antwoord ze van wel, en zegt dat hij haar daarom moet verdragen. Ze misbruikt Jans uitspraak. Jan reageert daarop dat zij hem dan ook maar moet verdragen en smijt de sleutelbos naar haar toe. Als echte liefde niet vergaat, moeten ze er beiden aan werken.
'Mijn lief, mijn lief, mijn lief'
Mijn lief, mijn lief, mijn lief; soo sprack mijn lief mij toe,
Dewijl mijn lippen op haer lieve lipjes weiden.
De woordtjes alle drie wel claer en wel bescheiden
Vloeiden mijn ooren in, en roerden ('ck weet niet hoe)
Al mijn gedachten om staech maelend nemmer moe;
Die 't oor mistrouwden en de woordtjes wederleiden.
Dies jck mijn vrouwe bad mij claerder te verbreiden
Haer onverwachte reên; en sij verhaelde' het doe.
O rijckdoom van mijn hart dat over liep van vreuchden!
Bedoven viel mijn Siel in haer vol hart van deuchden;
Maer doe de Morgenstar nam voor den dach haer wijck,
Js, met de claere Son, de waerheit droef verresen.
Hemelsche Goôn, hoe comt de Schijn soo naer aen 't Wesen,
Het leven droom, en droom het leven soo gelijck?
De site http://home.hetnet.nl/~corpetrus/dichters/FrancescoPetrarca.htm is helaas verlopen, waardoor sonnet 134 en 292 niet vergeleken kunnen worden met 'Mijn lief, mijn lief, mijn lief'. Deze sonnetten zijn ook niet op Google te vinden.
Het sonnet 'Mijn lief, mijn lief, mijn lief' voldoet aan de algemene regels. Het gedicht bestaat uit veertien regels, verdeeld over vier strofen. De eerste twee strofen zijn onderverdeeld in vier regels, en de laatste twee bestaan uit drie zinnen. Daarnaast klopt het rijmschema ook.
LIEFDE IN WOORD EN BEELD
In de emblematiek worden woord en beeld gecombineerd. Om achter de bedoeling van een embleem te komen, moet de lezer drie onderdelen combineren. Deze zijn een afbeelding (de pictura), een éénregelige tekst (het motto/deinscriptio) en een langer onderschrift in poëzie of proza (desubscriptio). Omdat de lezer de drie onderdelen moet verbinden, is dit een activerende vorm van literatuur.
Met 'Duytsche lier' wilt Jan Luyken zijn lezers mededelen dat je naar je hart moet luisteren en doorzettingsvermogen moet hebben. In het embleem is een engel te zien. Ze moet wat uit het vuur halen (wat op een hart lijkt). Vanwege de hitte en de pijn moet zij doorzetten om het voorwerp te kunnen pakken.
Nooit lelijk lief, noch schonen koolzak
Met 'Duytsche lier' wilt Jan Luyken zijn lezers mededelen dat je naar je hart moet luisteren en doorzettingsvermogen moet hebben. In het embleem is een engel te zien. Ze moet wat uit het vuur halen (wat op een hart lijkt). Vanwege de hitte en de pijn moet zij doorzetten om het voorwerp te kunnen pakken.
Nooit lelijk lief, noch schonen koolzak
| Nooit lelijk lief, noch schonen koolzak O zoete razernij! Hoe kan ’t de minne voegen? De sim schept in den aap een wonder groot vernoegen. Al waar ooit Venus’ kind zijn gulden pijlen schiet, daar woont de schoonheid zelf, hoewel die niemand ziet. Al zijn er in het lief, al zijn er honderd vlekken, men vindt terstond een kleed om alle vuil te dekken: den stouten noemt men vrij; wie dronken is, verheugd. De liefde weet de feil te trekken tot de deugd. | Een geliefde is nooit lelijk en een koolzak nooit mooi O wat een heerlijke dwaasheid! Hoe kan de liefde dit voor elkaar krijgen? De moederaap schept in haar jong een wonderlijk groot plezier. Waar ook Cupido ooit zijn gouden pijlen op richt, daar woont de schoonheid zelf, hoewel niemand die ziet. Wie maar verliefd is, vindt – al zijn er honderd vlekken – meteen wel een kleed om al het vuil te bedekken. Wie verliefd is, houdt ‘brutaal’ voor ‘vrij’, en ‘dronken’ voor ‘blij’. De liefde weet van een ondeugd een deugd te maken. |
De schrijver van het gedicht, Poirters, probeert waarschijnlijk duidelijk te maken dat in alles schoonheid zit, maar dat het niet voor iedereen zichtbaar is.
Als je het gedicht vergelijkt met de hiernaast staande afbeelding van Fokke en Sukke, zie je dat ze net als het aapje en de moeder voor altijd samen willen blijven. De baby en de moeder willen samenblijven uit liefde, maar Fokke en Sukke juist niet. Je krijgt het idee dat ze niet meer van elkaar houden. Die voelen zich verplicht omdat ze zo veel werk in het huwelijk hebben gestopt.
Ik vind Fokke en Sukke strips geen vorm van moderne emblematiek. Het leuke van emblematiek is dat het een activerende vorm van literatuur is. Bij deze strips kijk je naar het plaatje en lees je de korte tekst, waarbij de kern van het verhaal erg snel is weggegeven.
MARIA TESSELSCHADE VISSCHER, INTELLIGENTE VRIENDIN IN EEN MANNENBOLWERK
Het werk van Maria Tesselchade Visscher was in haar tijd bij het grote publiek niet bekend. Visscher werkte erg zelfstandig en durfde haar mening te verwoorden in haar gedichten. Rond 1870 kozen feministes haar als inspiratiebron voor een vereniging om zelfstandige vrouwen financieel te steunenen, genaamd: 'Tesselschade-arbeid adelt.'
Visscher was bevriend met een paar grote auteurs van haar tijd, zoals Hooft, Heygenss en Barlaeus. Ze kende ze persoonlijk omdat haar vader, ook een schrijver, artistieke avonden bij hun thuis organiseerde. Dankzij haar veelzijdige en moderne opvoeding wist ze veel van literatuur en kon ze Frans, Italiaans en een beetje Latijns spreken.
Net als Visscher waren Anna Maria Van Schurman en Katharina Lescailje bijzondere vrouwen. Hun succes werd ondersteund door hun ouders. De ouders van Schurman zorgden voor goed privé-onderwijs en door haar talent mocht ze colleges aan de Utrechtse universiteit volgen, waar vrouwen in die tijd nooit toegang voor kregen. De ouders van Lescailje hadden een uitgeverij, waardoor ze van jongst af aan met haar neus in de boeken zat.
Naast talent en intelligentie had Visscher ook een charmante schoonheid. Schrijvers die verliefd op haar werden hadden geen succes omdat Visscher haar eigen gang ging. Uiteindelijk trouwde ze wel, maar haar oudste dochter en man waren plotseling overleden.
Schurman daarentegen bleef haar hele leven ongehuwd, om meer tijd aan studie en het schrijven van verhandelingen te kunnen besteden. Ook Lescailje trouwde niet. De reden is onbekend, maar door een paar gedichten is er een vermoeden dat ze liefdesverdriet had of zelfs lesbisch was (wat strafbaar was).
Alle drie schreven ze gedichten, maar Visscher schreef voornamelijk voor liederen.
Dat Visscher o.a. Hooft kende werkte goed voor haar carrière. De grootste reden waarom ze bekend is geworden is waarschijnlijk omdat grote auteurs haar schrijven motiveerden. Schurman is vooral bekend geworden door een discussie met de theoloog Riveld. Ze beweerde dat ook vrouwen aanleg hadden voor wetenschap en literatuur. Hier schreef ze in 1638 een Latijnse verhandeling over.
Lescailje schreef al van jongst af aan en haar talent werd al snel erkend. Als tienjarig meisje mocht ze op bezoek bij de beroemde schrijver Vondel, die haar talent realiseerde en haar aanmoedigde om te blijven oefenen. Dit heeft ze gedaan en is zo bekend geworden.
Het opmerkelijkst vond ik dan Schurman als uitzondering colleges mocht volgen op een universiteit. Daar heb je veel wilskracht, talent en doorzettingsvermogen voor nodig.
Toen Constantijn Huygens plotseling weduwnaar werd, stuurde Visscher hem een gedicht waarin ze hem tips gaf om zijn verdriet te verwerken. Visscher was niet de enige die met Huygens literair contact had. Ook Sybille van Griethuysen schreef met Huygens. In een gedicht van Griethuysen komen God en Prins van Oranje continu voor. Zijn gedicht gaat voornamelijk over Gods wil. "Het zware ongeluk kan veranderen in een troostende, zoete vrede, gemaakt door Gods hand". Met het zware ongeluk bedoeld hij waarschijnlijk het verliezen van je geliefde, alleen hij verwijst daar niet naar. Het gedicht van Visscher is persoonlijker. Ze beschrijft haar medelijden.